jenaplan

Informatie

Jenaplan - pedagogisch klimaat
De Swoaistee is een Jenaplanschool.
De school telt ± 600 leerlingen verdeeld over 24 groepen. Naast de directeur zijn er 39 leerkrachten werkzaam op De Swoaistee.Daarnaast telt de school 8 ondersteunende personeelsleden, waaronder conciërges en onderwijsassistenten. Het Jenaplanconcept is ontwikkeld door de pedagoog Peter Petersen. Peter Petersen was tussen 1920 en 1950 verbonden als hoogleraar aan de universiteit in Jena. Gesteund door zijn vrouw voerde hij onderwijskundige experimenten uit met als doel: Kinderen een vorming te geven in overeenstemming met hun aanleg en interesse. Hieruit ontstond het Jenaplanonderwijs. Jenaplanonderwijs is een onderwijsconcept gebaseerd op een aantal basisideeën en uitgangspunten. Iedere school kan zijn eigen accenten en invulling geven aan deze basisideeën. Het is een levend concept dat voortdurend aangepast moet worden aan de tijd waarin wij leven en aan de omgeving. De basisideeën zijn hetzelfde gebleven.

Jenaplan - ritmisch weekplan
Op De Swoaistee delen we de dagen voor de leerlingen zo afwisselend mogelijk in: inspanning afgewisseld met ontspanning. Hierdoor proberen we te bereiken dat de motivatie van de kinderen op peil blijft. Door te zorgen voor een 'ritmisch' dag- en weekplan proberen we tegemoet te komen aan de eigenschappen en behoeften van kinderen. Dit ritmisch weekplan kent vier basisvormen: 'gesprek', werk, spel en viering. 
4-werk.jpg
 
 
  
 
 
 
 
 
 
 
 
Door gesprek informeren leerlingen en volwassenen elkaar en leren ze elkaar begrijpen. Via het gesprek kunnen de kinderen zich oriënteren op de hen omringende wereld. Er zijn verschillende vormen van gesprek in verschillende situaties: de dialoog en het kringgesprek zijn er twee die we, naast allerlei andere vormen, vaak op school tegenkomen. Onder 'werk' verstaan we al die situaties en gelegenheden waarbij de leerlingen instructie krijgen. Hieronder valt ook het door de kinderen zelfstandig of samen met anderen verwerken van de leerstof of het zich oriënteren op nieuwe leerstof.
 
Basisprincipes
  1. Elk mens is uniek en heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen;
  2. Elk mens heeft voor het ontwikkelen van een eigen identiteit persoonlijke relaties nodig: met andere mensen, met de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid en met de niet-zintuigelijk waarneembare werkelijkheid;
  3. Elk mens wordt steeds als totale persoon erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken;
  4. Elk mens wordt als een cultuurdrager en - vernieuwer erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken;
  5. Mensen moeten werken aan een samenleving die ieders unieke en onvervangbare waarde respecteert en die ruimte en stimulansen biedt voor ieders identiteitsontwikkeling;
  6. Mensen moeten werken aan een samenleving die zorgvuldig en met respect de natuurlijke en culturele hulpbronnen beheert en waarin rechtvaardig, vreedzaam en constructief met verschillen en veranderingen wordt omgegaan;
  7. De school is een relatief autonome coöperatieve organisatie van betrokkenen. Ze wordt door de maatschappij beïnvloed en heeft er zelf ook invloed op;
  8. In de school hebben de volwassenen de taak de voorgaande uitspraken over mens en samenleving tot (ped)agogisch uitgangspunt voor hun handelen te maken;
  9. In de school wordt de leerstof zowel ontleend aan de belevingswereld van de kinderen als aan de cultuurgoederen die in de maatschappij als belangrijke middelen worden beschouwd. neemt een centrale plaats in, met als basis ervaren, ontdekken en onderzoeken;  wereldorientatie
  10. In de school wordt het onderwijs vormgegeven door een ritmische afwisseling van de basisactiviteiten gesprek, spel, werk en viering;
  11. In de school vindt overwegend heterogene groepering van kinderen plaats, naar leeftijd en ontwikkelingsniveau, om het leren van en zorgen voor elkaar te stimuleren;
  12. In de school worden zelfstandig spelen en leren afgewisseld en aangevuld door gestuurd en begeleid leren. Dit laatste is expliciet gericht op niveauverhoging. In dit alles speelt het initiatief van de kinderen een belangrijke rol;
  13. In de school vinden gedrags- en prestatiebeoordeling van een kind zoveel mogelijk plaats vanuit de eigen ontwikkelingsgeschiedenis van dat kind en in samenspraak met hem;
  14. In de school worden verandering en verbeteringen gezien als een nooit eindigend proces. Dit proces wordt gestuurd door een consequente wisselwerking tussen doen en denken.
Geschiedenis van het Jenaplan
 
Het Jenaplan is ontstaan door professor Peter Petersen uit Jena. In 1923 werd Petersen hoogleraar Erziehungswissenschaft in Jena.
peterPetersen.jpg
  
In 1924 startte een bescheiden experiment met een andere opzet van het onderwijs, waarbij kinderen in een naar leeftijd gemengde groep, stamgroep genoemd onderwijs kregen.
 
Na de oorlog ontwierp Petersen op grond van zijn ervaringen en inzichten een totaalopzet voor het onderwijs voor kinderen van 4-18 jaar. Zijn onderwijskundige hoofdwerk is de Führungslehre des Unterrichts, vertaald als Van didactiek naar onderwijspedagogiek.
 

Jenaplan in Nederland
In ons land ontdekte Suus Freudenthal- Lutter (1908-1986) in 1955 het Jenaplan van Petersen.  Als moeder was zij teleurgesteld in het onderwijs aan haar kinderen. In het Jenaplan van Petersen ontdekte zij de school waar zij al lang naar op zoek was. Met al haar denkkracht, energie en organisatietalent mag Suus Freudenthal met recht de moeder van de Nederlandse Jenaplanbeweging genoemd worden.

Jenaplanscholen
In ons land zijn ruim 220 Jenaplanscholen. Deze zijn aangesloten bij de
Nederlandse Jenaplanvereniging (NJPV) met ongeveer 45.000 kinderen. De meeste jenaplanscholen zijn basisscholen.

internationaal

Ook internationaal zijn er veel Jenaplan-contacten. Er zijn Jenaplanscholen in Duitsland, België (de Ostkantonen en ook enkele in Vlaanderen, met bovendien een Studiegroep Jenaplan in Vlaanderen), de Tsjechische Republiek, Hongarije, Rusland, Roemenië en andere landen in Oost- en Midden Europa, beginnende ontwikkelingen in Oostenrijk, Franstalig België en elders. Bovendien zijn er contacten met zeer verwante scholen en instellingen in Groot Brittannië en de USA. 

 Wat is Jenaplan
Een Jenaplanschool is een gemeenschap die kinderen, leraren en ouders omvat. Leraren zijn er professionele opvoeders. Ouders hebben een deel van de opvoeding van hun kinderen aan de school overgedragen, maar ze spelen in het onderwijs op allerlei niveaus een belangrijke rol. Zonder hun medewerking is de school tot weinig in staat. De leraren mogen daarom een bewuste keuze van de ouders voor de school verwachten.

Het onderwijs in de school is gericht op de opvoeding van kinderen en omvat daarom veel meer dan het aanleren van schoolse kennis en vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen.

Kinderen leren in een Jenaplanschool veel. Ze doen dat door deel te nemen aan de zgn. basisactiviteiten, spreken, spelen, werken en vieren.

De school gaat er vanuit dat kinderen heel verschillend zijn. Dat wordt niet gezien als hinderlijk, integendeel. Omdat kinderen zo veel van elkaar verschillen kunnen ze veel van elkaar leren. Om die reden worden ze in stamgroepen geplaatst die bestaan uit kinderen van verschillende leeftijden, zoals dat ook in een gezin het geval is.


Elke stamgroep heeft een groepsruimte, een zo huiselijk mogelijke omgeving, die samen met de kinderen ingericht is en beheerd wordt. Zo leren ze verantwoordelijk te zijn voor de ruimte, hun ruimte.

Leren leven met verschillen

 

Mensen zijn verschillend en dat is maar goed ook!

Dan kun je van elkaar leren - mensen van verschillende leeftijd en levenservaring, verschillende rassen en culturen, mannen en vrouwen, verschillende levensbeschouwelijke achtergronden enz.

In een Jenaplanschool komen grote verschillen in eigenschappen, achtergronden en capaciteiten voor. Het is onrechtvaardig om die te negeren. Dat gaat ten koste van allen die andere dan gemiddelde mogelijkheden hebben, van zwakkeren die recht hebben op extra hulp en bescherming.

Van kinderen die zich in een langzamer tempo ontwikkelen of van kinderen die meer aankunnen dan hun leeftijdgenoten.

Kinderen wordt in een Jenaplanschool geleerd op een rechtvaardige en vreedzame manier met verschillen te leren omgaan. Respect voor anderen en eerbied voor het leven zijn belangrijke waarden in een Jenaplanschool.

Een gevolg van het formeren van stamgroepen is dat de positie van kinderen na elk jaar verandert: Een jongste wordt middelste, een middelste wordt oudste, enz. Daardoor doen de kinderen belangrijke sociale ervaringen op. In dit opzicht zelfs meer dan in een gezin mogelijk is. De groepsleid(st)er helpt de kinderen bij dit ingewikkelde leerproces.


wereldoriëntatie

In een Jenaplanschool is de wereldoriëntatie het belangrijkste vormingsgebied. Kinderen leren daarin om te gaan met de natuur om hen heen, de mensen dichtbij en verder weg en met vragen rond de zin van het leven en de wereld. Dat doen ze door vaak de school uit te gaan en omgekeerd, de wereld in de school te halen: mensen en dingen, te luisteren naar verhalen, door zelf waar te nemen en te experimenteren, zelf vragen te stellen en op zoek te gaan gaan naar antwoorden in een documentatiecentrum en bij mensen met kennis en ervaring. De kinderen zijn, kortom, ontdekkend en onderzoekend bezig, vaak in de vorm van projecten. Zodoende wordt de wereld steeds groter en ruimer en leert het kind zelf een mening te vormen.

 

 

 

 

Voor het gehele leerplan van elke Jenaplanschool geldt dat het voldoet aan wat de wet eist. De eisen zijn omschreven in de zgn. kerndoelen.

Er is daarom géén enkele reden om er bang voor te zijn dat het kind niet genoeg leert: ouders stellen daarover nog al eens vragen omdat ze al gauw geneigd zijn te denken dat jenaplanonderwijs  in dat opzicht nadelen oplevert.

Het leren op een Jenaplanschool gebeurt in een sfeer waarin een kind zich veilig voelt. Het kind krijgt taken die uitdagend zijn en die het aan kan, die het kind voldoende vrijheid laten voor een eigen invulling, maar die tegelijkertijd geen gelegenheid bieden voor vrijblijvend "meedoen".


Leren is belangrijk

Hoe kom je aan informatie over iets dat je graag wilt weten? Hoe onthoud je het allemaal? Hoe vertel je het aan je groepsgenoten, die ook nieuwsgierig geworden zijn?

Informatie moet vaak gelezen en of bekeken worden. Je kunt informatie goed onthouden als je de kernpunten op kunt schrijven. Je kunt anderen mondeling of schriftelijk verslag doen. Om conclusies uit een grafiek te trekken moet je verbanden kunnen leggen.

Op de Jenaplanschool is het daarom ook nodig dat je leert lezen, schrijven en rekenen. Om dit soort zaken doelmatig aan te leren wordt er geregeld aan groepen kinderen die aan dezelfde leerstof toe zijn (vorderingengroepen) les gegeven: de instructies. Soms gebeurt dat binnen de stamgroep, soms gaan de vorderingengroepen dwars door de hele school heen, afhankelijk van de schoolgrootte. Kinderen worden gestimuleerd naar hun beste kunnen te presteren. Cijfers komen dan ook niet voor op een Jenaplanschool.

Jenaplanscholen kennen een andere rapportagevorm, die meer recht doet aan de totale ontwikkeling van het kind. Herhaald onderzoek heeft aangetoond dat meetbare leerprestaties van kinderen op een Jenaplanschool op het gebied van lezen, schrijven en rekenen-wiskunde even goed zijn als in andere scholen het geval is: dat is opmerkelijk omdat in Jenaplanscholen zo veel meer gebeurt. Een overstap naar een Jenaplanschool voor voortgezet onderwijs is natuurlijk voor kinderen en ouders het meest plezierig; helaas is dat in veel regio's nu nog niet mogelijk.


Gesprek, spel, werk en viering


We onderscheiden vier basisactiviteiten waarin mensen leven en leren; we leren niet alleen door met pen, papier en het hoofd bezig te zijn.


Door met elkaar in gesprek te zijn kunnen we elkaar informeren en elkaar leren begrijpen.

 

 

 

Tijdens het gesprekken in de kring worden de plannen gemaakt en wordt voor een deel het werk besproken.

Door samen te spelen leren we rekening met elkaar te houden. Ook maken we al spelend iets wat we meegemaakt hebben tot iets van onszelf.

   

6.JPG

 

 

 

 

 

 

 

 

Onder werk vallen de instructiemomenten en de blokperioden, waarin kinderen zelfstandig met het werk bezig zijn.

Door samen te vieren b.v. in een weekopening- of sluiting leren we elkaar wat ons hoofd en hart heeft beziggehouden; we brengen gevoelens op elkaar over. Deze basisactiviteiten wisselen elkaar af. Deze afwisseling is vastgelegd in het ritmisch weekplan.

Daarop staat aan gegeven wanneer welke activiteit aan bod komt. De tijdsgrenzen tussen de verschillende activiteiten zijn 'vloeiend'. Alleen als er wisseling van groepen plaatsvindt, bijvoorbeeld bij keuze- en niveaucursussen, is het belangrijk dat alle groepen tegelijkertijd wisselen. Door een indeling van tijd onstaat voor de kinderen een herkenbare regelmaat waarbij ze zich thuis voelen. We noemen het weekplan ritmisch omdat ieder kind de afwisseling van verschillende bezigheden als zodanig kan ervaren. De maandagmorgen begint met viering of kringgesprek als overgang van weekend naar weekdagen. De laatste schooldag eindigt met gesprek of viering als overgang naar het weekend. Het weekplan geeft voor de laatste schooltijd een periode van vrij werken aan. In die tijd kunnen de kinderen hun activiteiten van die week afronden en evalueren.

 


Allemaal verschillend

Zoals alle mensen verschillend zijn, ook al zijn ze lid van een groep, zo zijn ook alle Jenaplanscholen verschillend. Een stadsschool zal anders zijn dan een streekschool. Elk team heeft weer andere sterke en zwakke kanten. Wel zijn alle Jenaplanscholen aan te spreken op de 20 Jenaplan basisprincipes.

In Nederland zijn nu ruim 220 scholen die aangesloten zijn bij de Nederlandse Jenaplan Vereniging (NJPV), waaronder openbare, protestants-christelijke, katholieke en algemeen bijzondere.

De Jenaplanuitgangspunten zijn natuurlijk niet door de NJPV "uitgevonden" Het Jenaplanconcept werd al tussen 1920 en 1950 ontwikkeld door Peter Petersen op de Universiteitsschool in Jena. Het concept wordt voortdurend aangepast aan de omstandigheden in het onderwijs hier en nu.

 

  

Bron: www.jenaplan.nl

http://jenaplan.startpagina.nl/