Gedrag van kinderen

De pedagogische sfeer van een school wordt in grote mate bepaald door hoe we met elkaar omgaan. Bij ons staan respect voor elkaar en accepteren van onderlinge verschillen voorop. Met plezier naar school gaan is voor iedereen een voorwaarde om goed te kunnen functioneren. We letten samen goed op hoe we met elkaar praten, hoe we vragen stellen, hoe we elkaar aanspreken op gedrag en hoe we ons voelen. Hier wordt steeds op teruggegrepen. Regels en afspraken worden in samenspraak met de kinderen gemaakt, om zodoende gezamenlijke verantwoordelijkheid te creëren. Vriendelijk met elkaar omgaan vinden we belangrijk en daar wordt veel aandacht aan besteed. Uitgangspunt is daarbij dat opgroeien en je ontwikkelen een leerproces is, waarbij fouten leerzaam zijn en verbetering een doel blijft.

In elke groep wordt aandacht besteed aan groepsvorming en staat onderlinge samenwerking centraal. Kinderen worden begeleid door de stamgroepleider om samen op een prettige manier te kunnen functioneren op groeps- en schoolniveau. Pesten wordt in een breder kader geplaatst: ook gedragingen die je niet direct pesten noemt, kunnen leiden tot vervelende ervaringen. De stamgroepleider is hier pro-actief mee bezig en er zijn regelmatig kringgesprekken over een plezierige manier van omgaan met elkaar. Een goed pedagogisch klimaat bevordert het welbevinden van kinderen en stamgroepleiders en leidt tot betere leerresultaten en meer werkplezier.

Het opbouwen van normen en waarden in de stamgroep
Er is structurele aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen:

  • de eerste schoolweken: In de eerste weken besteedt de stamgroepleider veel tijd aan kennismaking en zorgt hij ervoor dat de kinderen zich vertrouwd met elkaar gaan voelen. Ook worden de groepsregels besproken en wordt er aangegeven welke activiteiten zelfstandig gedaan mogen worden en bij welke er begeleiding nodig is;
  • de werkweek in de bovenbouw: geeft een extra stimulans voor de oudere kinderen om via activiteiten elkaar te leren kennen. Het intensief samenzijn zorgt voor een versnelde kennismaking tussen de kinderen onderling en kinderen met de stamgroepleider;
  • de voorbeeldfunctie/het gedrag van de stamgroepleider;
  • veel gespreks- en spelvormen;
  • overkoepelend: aanpak Vreedzame School;

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Onderwijs zien wij als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van school en ouders/verzorgers. Om goed onderwijs te kunnen bieden is het belangrijk dat stamgroepleiders, ouders/verzorgers en kinderen respect voor elkaar hebben, open en eerlijk met elkaar communiceren en vertrouwen in elkaar hebben. Hiertoe hebben wij gedragsregels (zie bijlage) opgesteld, die de basis vormen voor een goed en veilig pedagogisch klimaat. Iedereen waaronder de kinderen, de teamleden, de ouders/verzorgers en anderen, wordt geacht zowel binnen als buiten de school zich aan die gedragsregels te houden, zich er verantwoordelijk voor te voelen en elkaar er op aan te spreken.

Op onze Jenanplanschool gaan we er vanuit dat vrijheden van kinderen en inherent daaraan regels en afspraken, tot stand komen uit de praktijk van het werken met de kinderen.

- qua houding en gedrag van de kinderen betekent dit een genormaliseerde situatie/ ontwikkeling

- qua begeleiding door de stamgroepleider vergt dit een open en consequente reactie en omgang.

Wanneer er sprake is van een incident of wanneer het kind lichte gedragsproblemen vertoont, probeert de stamgroepleider het gedrag zo goed mogelijk bij te sturen. Reguliere gedragscorrecties worden consequent en direct uitgevoerd. De stamgroepleider heeft gesprekjes met het kind om zo samen tot inzicht en/of oplossingen te komen. Het kind krijgt extra aandacht en begeleiding in de groep, tijdens het werken of samenspelen. Het gewenste gedrag wordt beloond en het negatieve gedrag wordt zoveel mogelijk genegeerd. Er worden strakkere afspraken gemaakt en bepaalde vrijheden worden ingeperkt.
Er zijn situaties en momenten, waarbij de houding of het gedrag van kinderen- wel of niet veroorzaakt door sociale en/of emotionele problemen(*1.) - zo storend of onbeleefd is, dat de grens van tolerantie wordt bereikt. Het interne gedragsprotocol dient ertoe richting te geven aan de te nemen stappen.

Het interne gedragsprotocol:
Er zijn drie fases binnen het protocol:
1e fase- stamgroepleider/intern begeleider (IB'er)
2e fase- MT
3e fase- time-out of verwijdering
De ernst van het probleemgedrag bepaalt bij welke fase of stap gestart wordt.

1e fase: Bij frequent en/of ernstig probleemgedrag, structurele aanpak:
Er is sprake van ernstige gedragsproblemen, wanneer het gedrag de ontwikkeling van het kind hindert; (2) de ontwikkeling en/of veiligheid van medeleerlingen hindert; (3) de stamgroepleider hindert in de uitvoering van zijn/haar taak. De verantwoordelijkheid van de leerkracht wordt gedeeld met anderen. Ouders worden mede-eigenaar gemaakt van het probleem en betrokken in de aanpak.
De stamgroepleider maakt onderscheid tussen kindproblematiek en onderwijsproblemen. Onder kindproblematiek verstaan we bepaalde kenmerken van het kind, of factoren in de omgeving die niet te veranderen zijn, maar waar stamgroepleiders zo goed mogelijk rekening mee zullen moeten houden. Bij kindproblematiek is de taak van de stamgroepleider het signaleren en indien nodig het doorverwijzen (meestal via IB) richting de hulpverlening. Kindproblematiek is niet het directe werkprobleem van stamgroepleiders (daar hebben ze geen invloed op). Maar kindproblematiek kan wel een aanleiding zijn tot het ontstaan van onderwijsproblemen.
Onderwijsproblemen ontstaan wanneer het kind door het probleemgedrag onderwijsdoelen niet behaalt. Bij onderwijsproblemen gaat de stamgroepleider, al dan niet in samenwerking met een ander, het probleem analyseren. Bij het analyseren van het onderwijsprobleem zorg de stamgroepleider ervoor dat hij/zij helder heeft wat er gebeurt en wanneer het probleemgedrag voorkomt. Dat kan aan de hand van een aantal vragen:

  1. In welke situatie of bij welke taak doet het probleem zich voor?
  2. Is het kind in staat aan de activiteit deel te nemen, de taak uit te voeren? Beschikt het kind over de noodzakelijke strategieën/voorkennis?
  3. Zet het kind de strategie goed in of niet?
  4. Hoe wordt het kind begeleidt bij de activiteit, welke instructie wordt aan het kind gegeven bij de introductie van de taak en bij de uitvoering?

Uit deze analyse kan afgeleid worden waar de misinteracties uit bestaan en welke maatregelen genomen moeten worden. Wat zal er gebeuren als de manier van omgaan met dit kind verandert? Heeft het kind andere taken, een andere vorm van instructie nodig?

De stamgroepleider kan hiervoor verschillende wegen bewandelen:

  • gesprek met kind;
  • intervisie collega's;
  • ondersteuning IB;
  • huisbezoek of een gesprek met ouders/verzorgers;

De stamgroepleider stelt een plan van actie (handelingsplan) op en voert dit uit. Met de ouders/verzorgers wordt het gedrag van het kind en het nieuwe plan van aanpak besproken. Daarnaast wordt de bijdrage van ouders/verzorgers in de nieuwe aanpak besproken, en wordt hen gevraagd het handelingsplan te ondertekenen. De concrete maatregelen die in het handelingsplan kunnen komen te staan zijn:

  • andere situatie creëren, strategieën aanbieden, helpen de juiste strategie toe te passen, instructie bieden of andere organisatie hanteren;
  • gesprekken met het kind
  • positief gedrag belonen;
  • negatief gedrag waar mogelijk negeren en wanneer de veiligheid van anderen in het gedrang komt, bestraffen;
  • inperken vrijheden, strakkere afspraken;
  • preventief uit de groep plaatsen wanneer de stamgroepleider afwezig is en er een invaller is.

(*1.) Bij internaliserende problematiek wordt dit besproken met ouders (en zo nodig IB'er) Er worden samen afspraken gemaakt om het kind beter te kunnen begeleiden en/of er wordt samen besloten dat er via een verwijzing individuele begeleiding na schooltijd van belang is.

2e fase: Incident of onwerkbaar gedrag. Directie of IB komt in beeld bij de ouders.

  • Het kind moet uit de groep geplaatst worden. Dit doet de stamgroepleider wanneer het een ernstig incident is of er sprake is van onwerkbaar gedrag. Wij verstaan onder onwerkbaar gedrag dat een kind:
    • opzettelijk fysiek agressief is naar anderen;
    • meerdere keren per week uit impulsiviteit agressief is geweest naar anderen;
    • niet meer voor rede vatbaar is, niet meer luistert naar de stamgroepleider of andere volwassenen;
    • de rust in de groep zodanig verstoort dat het onderwijs er ernstig onder lijdt
      (onvoorspelbare buien, schreeuwen, extreem huilen om de situatie te beïnvloeden);
    • structureel weigert mee te doen aan de les/activiteit, iets gaat doen wat de les verstoort en anderen daarin betrekt, waardoor de activiteit niet meer uitvoerbaar is.

Het kind uit de groep plaatsen gebeurt bij voorkeur zonder fysiek ingrijpen. Een kind wordt bij een collega in de klas ondergebracht met werk. Het kind mag geen belasting vormen voor de collega. Het werk dat niet af is of gemist werd, wordt thuis of op school ingehaald. De duur van de plaatsing buiten de groep is afhankelijk van hoe de stamgroepleider en de groep zich voelen. Na afkoeling doet het kind zijn/haar verhaal. Hiervan wordt een kort verslag gemaakt door de stamgroepleider. De stamgroepleider voegt daar zijn/haar visie op het geheel aan toe. Ouders worden diezelfde dag ingelicht over de gebeurtenis en de genomen maatregelen.

Is het kind al meerdere keren per week bij een collega geplaatst of is het incident dusdanig ernstig, dan wordt het kind bij de IB'er/MT-lid (nader te bepalen) geplaatst. De stamgroepleider belt naar IB/MT (IB 211, MT 200), zodat zij het kind uit de groep kunnen komen halen. Bij geen gehoor wordt de conciërge gebeld (210) en die zoekt IB/MT op binnen de school. Overleg tussen IB'er/MT-lid en de stamgroepleider is bepalend of het kind na een afkoelingsperiode hetzelfde dagdeel weer naar de groep terug mag/kan.

Ouders worden op de hoogte gesteld van de getroffen maatregelen en worden uitgenodigd voor een gesprek. Hierin wordt de gebeurtenis besproken en wordt aangegeven waar de school nu staat met het kind en wat vervolgstappen zijn. Dit gesprek vindt plaats onder leiding van de IB'er of MT-lid. Afhankelijk van de ernst van de situatie of de langdurigheid van het proces, zijn er verschillende mogelijkheden:

  • gesprek met leerkracht-ouder-IB'er-(kind)
  • gesprek MT-kind
  • gesprek MT-ouder(s)
  • contract opstellen (kind-ouder-leerkracht-MT)
  • langdurig uit de groep plaatsen

3e fase: Time-out of verwijdering

  • Time-out: ontzegging van de toegang tot school voor de rest van de dag.
  • Verwijdering

De schoolregels zijn vastgelegd in het schoolplan. Verwijdering is gebaseerd op een schoolreglement dat regels en grenzen stelt aan het gedrag van kinderen en aangeeft wanneer het bevoegd gezag sancties kan opleggen. Deze sancties staan ook omschreven evenals de besluitvormingsprocedure in de schoolgids.

Bijlage 1: Afspraken over gedrag op onze school

1. Wij tonen respect in houding en gedrag
-luisteren naar elkaar
-elkaar laten uitspreken
-geen lichamelijk, geestelijke of verbaal geweld jegens elkaar
-respect voor verschillen in levensbeschouwing en cultuur
-rekening houden met elkaar gevoelens en wensen
-rekening houden met elkaar mogelijkheden en behoeften
-leren verschillen te accepteren
2. We hebben vertrouwen in elkaar/ zelfvertrouwen
-stimuleren middels complimenten en positieve waardering
-een positief kritische houding jegens elkaar
-ruimte voor een eigen mening
-tijd en aandacht voor elkaar
-voor elkaar opkomen
3. We zijn eerlijk
-open met elkaar communiceren
-met elkaar communiceren met als doel elkaar te begrijpen
-met elkaar communiceren met als doel zaken bespreekbaar te maken
-conflicten oplossen op basis van waarheid
-gevoel hebben voor rechtvaardigheid
-betrouwbaar willen zijn
4. We gedragen ons verantwoordelijk
-stil op de gangen zijn zodat anderen in stilte/ rust door kunnen werken
-afspraken nakomen
-voor elkaar opkomen en verantwoordelijkheid voor elkaar voelen
-met anderen meeleven
-behulpzaam naar elkaar zijn
-zich verantwoordelijk voelen voor het eigen werk
-zorgvuldig omgaan met eigen en andermans materiaal
5. We zorgen voor veiligheid
-conflicten willen oplossen
-pestgedrag afwijzen
-op willen komen voor de zwakkeren
-zelfbeheersing en zelfdiscipline

Binnen deze algemeen geldende regels en verwachtingen omtrent gedrag, heeft elke bouw eigen afspraken. Ook op groepsniveau worden er elk jaar samen met de kinderen specifieke groepsafspraken gemaakt.