Zorg (ggd/abcg)
..... aflezen hoeveel tiende achterstand het kind de laatste maand heeft in- of opgelopen. Het volgen zou zo doel op zich in plaats van middel bij het geven van onderwijs zijn geworden. Het gaat niet meer om het kind, maar om allerlei tabellen die zo volledig mogelijk moeten worden ingevuld.

In eerste instantie is het dagelijks werk van de kinderen een bron van informatie over de ontwikkeling. Het gemaakte werk geeft aan of kinderen vooruitgang boeken. Daarom wordt het werk van de kinderen geregistreerd. Iedere groepsleerkracht heeft een overzicht waarin nauwkeurig wordt bijgehouden wat welk kind heeft gedaan. Taal, rekenen, lezen, aardrijks- kunde, geschiedenis, gymnastiek maar ook presen- taties, werkstukken, wereldoriëntatieverslagen, schrijven, het werken in hoeken, vrije teksten, klassen- diensten, toetstaken, weeksluitingen, enzovoort worden allemaal bijgehouden. Deze overzichten zijn op een school als de onze erg belangrijk. Immers niet ieder kind werkt op hetzelfde moment aan dezelfde stof. 

17-werkend-kind.jpgDeze overzichten op groepsniveau vormen, samen met de methode onafhankelijke toetsen, de basis voor de schriftelijke en mondeling rapportage aan ouders. Wij hebben wel een aantal vaste eikmomenten op school. Vanaf de onderbouw komen alle kinderen enkele malen per jaar een aantal toetsen tegen. Het zijn de Citotoetsen voor lezen, spelling, rekenen en wiskunde, begrijpend lezen en social emotionele vorming. Deze toetsen zijn methode-onafhankelijk. Dat wil zeggen dat ze niets te maken hebben met de methode waarmee de kinderen werken. Het zijn landelijk genormeerde toetsen. De gegevens worden drie keer per jaar verzameld en ze worden opgeslagen in het persoonlijke dossier van ieder kind. Zo is in grote lijnen de ontwikkeling op cognitief en sociaal emotioneel gebied vastgelegd. Voor alle kinderen die speciale zorg nodig hebben wordt een handelingsplan geschreven. 

De verslaggeving van gegevens 
Van ieder kind wordt een dossier bijgehouden. Het is een verzamelmap waarin, allerlei informatie over het kind verzameld is. Daarin zit informatie over de school- loopbaan met o.a. rapporten, verslagen van eventuele onderzoeken, verslagen van afspraken en een overzicht van de vorderingen op cognitief en sociaal gebied. Soms wordt daar ook eigen werk van de kinderen in opgeslagen. 
Daarnaast maakt iedere groepsleerkracht een kort verslag van gesprekken met ouders. Al deze gegevens worden door de groepsleerkracht en de IB-er verzameld en bijgehouden. Zo wordt het beeld van een kind zo compleet mogelijk vastgelegd en geregistreerd.

Bespreking van de leerling 
Op De Swoaistee bespreken we systematisch onze kinderen. In de tweewekelijkse bouwvergaderingen wordt iedere keer tijd gereserveerd om één of meer kinderen te bespreken. Indien er aanleiding voor is wordt de IB- er bij de besprekingen betrokken. 
Na de toetsmomenten bespreken we alle kinderen in de zorgvergadering. Dan komen we met de bouw bij elkaar en bespreken de kinderen. De intern begeleider, coördineert deze besprekingen. Zij legt nauwkeurig vast wat er besproken is en welke afspraken er worden gemaakt. Zonodig worden er handelingsplannen opgesteld. Op deze manier delen we de problemen met elkaar. We doen dit al meerdere jaren en met veel succes. Bovendien kunnen collega's elkaar aanvullen waardoor je handreikingen krijgt om je handelen ten opzichte van dat specifieke kind te optimaliseren. 

Rapportage 
Op De Swoaistee wordt op verschillende manieren verslag uitgebracht over de vorderingen van de leerling, waarbij allerlei aspecten van het kind besproken worden. Deze verslaggeving is bedoeld voor de ouders of verzorgers, het kind zelf en - als de leerling De Swoaistee verlaat - voor de school waar het kind naar toe gaat. Hieronder worden de verschillende vormen van deze rapportage besproken. 
Er zijn verschillende mogelijkheden om met de onder- wijsgevende te spreken. Een paar keer per jaar worden ouders uitgenodigd om te praten over het kind en de vorderingen. Een belangrijk aspect hierbij is de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de opvoeding van het kind. Deze gesprekken worden gevoerd aan de hand van het werk van het kind, de door de leerkracht bijgehouden administratie en observaties over de leerling. 
Ook het informele gesprek in de gang of in de stam- groep is van groot belang voor het doorgeven van informatie, zaken waarop gelet moet worden, vragen en opmerkingen van beide kanten.

Voor problemen of uitvoerige informatie kan een aparte afspraak gemaakt worden met de stamgroepleider. De zaken kunnen dan rustig, zonder tijdsdrang door- gesproken worden. Door het werk dat de kinderen maken regelmatig te bekijken, krijgt men ook een goed inzicht in de vorderingen van het kind. Het is altijd mogelijk om de stamgroepleider te vragen om het schriftelijk werk van het eigen kind te bekijken. De onderwijsgevende zal desgewenst graag een toe- lichting geven. 18-kinderwerk-op-de-gang.jpgHet creatieve werk van de kinderen wordt vaak geëxposeerd in de stamgroeplokalen of in de gangen. Het rapport, zoals we dat op De Swoaistee gebruiken, is een verslag in briefvorm over de vorderingen van het kind. De brief is gericht aan het kind zelf. In deze brief worden de zaken zo beschreven dat het voor het kind duidelijk te begrijpen is. Het kind wordt besproken zonder het te vergelijken met anderen uit de groep. Afhankelijk van de ontwikkeling en de persoonlijkheid van het kind kunnen bepaalde punten meer of minder benadrukt worden. Het rapport wordt, voor het wordt meegegeven aan de leerling, eerst individueel met het kind besproken, zodat de leerkracht een toelichting kan geven op de dingen die in de brief staan. De leerling kan dan op het rapport reageren, zijn mening erover geven en eventueel aangeven dat er onjuistheden in staan, als hij dat vindt. Naar aanleiding van het rapport volgt er een gesprek met de ouders of verzorgers, waarin de ontwikkeling van het kind, zowel individueel als in de groep, nader toegelicht kan worden. De stamgroepleerkrachten gaan ieder jaar bij alle nieuwe kinderen uit hun groep op huisbezoek. De stamgroepleider maakt dan kennis met de situatie thuis en kan zich daardoor beter inleven in de wereld van het kind. In de vertrouwelijke sfeer van thuis kan er over de ontwikkelingen of problemen van de leerling gesproken worden. Voor de voor- en onderbouw wordt voor het huisbezoek een tijdstip uitgekozen waarop het kind zelf aanwezig kan zijn. Het kan dan zelf 'de juf ontvangen' waardoor de relatie thuis-school verstevigd kan worden. De gesprekken voor de achtstejaars leerlingen zijn gericht op de keuze voor het voortgezet onderwijs. Aan het einde van het schooljaar vindt de eindrapportage plaats. Voor de voorbouw bestaat dit eindrapport uit een plakboek waarin gedurende het hele schooljaar creatief werk van de kinderen verzameld wordt. Hierbij hoort ook de zelfrapportage en een brief van de leerkracht. Het plakboek gaat aan het einde van het jaar mee naar huis met een begeleidend schrijven voor de ouders of verzorgers. Dit plakboek wordt vervolgens in de onderbouw verder aangevuld. Aan het eind van de onderbouw krijgen de kinderen het plakboek definitief mee naar huis. Voor de kinderen die het volgende jaar naar de midden- bouw gaan, is er naast het plakboek de zelfrapportage. De kinderen schrijven aan de hand van de punten gesprek, werk, spel en viering hun eigen rapport. De kinderen uit de midden- en bovenbouw schrijven eveneens aan de hand van de vier pedagogische situaties, gesprek, werk, spel en viering, zelf over hoe ze functioneren en wat hun vorderingen en tekortkomingen zijn. De leerkrachten voorzien dit rapport van opmerkingen van hun kant. 

De procedure indien een leerling naar een andere basisschool gaat 
Als kinderen binnen de basisschoolperiode van school wisselen bijvoorbeeld vanwege een verhuizing, wordt een basisonderwijs (bao)-baoformulier ingeuld. Dit is een Onderwijskundig Rapport (OWK) waarin de gegevens van het kind vermeld worden, zowel op cognitief als sociaal-emotioneel gebied. De gegevens sturen wij met toestemming van de ouders naar de andere school. Vaak wordt telefonisch overlegd tussen de scholen, omdat in sommige gevallen extra informatie nodig blijkt te zijn. Tevens wordt een bericht van uitschrijving naar de nieuwe school gestuurd.

De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs 
Na ongeveer acht jaar onderwijs op De Swoaistee gaan de kinderen naar het voortgezet onderwijs. In Groningen is er een groot aanbod in scholen waardoor ouders een school kunnen zoeken die het best bij hun kind past. De voorlichting aan ouders ten behoeve van de schoolkeuze van leerlingen In de maand november wordt in De Swoaistee een voorlichtingsavond verzorgd over de mogelijkheden binnen het openbaar voortgezet onderwijs.
Deze voorlichting is bedoeld voor alle ouders/verzorgers van de kinderen van de groepen 7 en 8 van de basisscholen in de wijk Lewenborg. In de voorafgaande periode worden de ouders/ verzorgers van de leerlingen van groep 8 van onze school uitgenodigd voor een gesprek over het schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs. Na oriënterende gesprekken tijdens eerdere rapportages wordt nu de eerste formele stap gezet voor het advies dat De Swoaistee-leerkrachten geven ten aanzien van de schoolkeuze voor de achtstejaars leerlingen. Tevens wordt advies gegeven over de te bezoeken scholen tijdens de voorlichtingsavond in november en over de te bezoeken open dagen van de scholen voor voortgezet onderwijs in januari. De procedure die gevolgd wordt Nadat het voorlopig advies is uitgebracht en de voorlichting gegeven is, wordt in de maand februari de Cito-eindtoets afgenomen bij de achtstejaars leerlingen. Het resultaat van dit zgn. tweede gegeven wordt besproken tijdens het eindgesprek over het schooladvies dat plaats vindt begin maart. Bij dat gesprek mogen, als de ouders dat op prijs stellen, de kinderen meekomen. 
Nadat het definitieve advies is uitgebracht kiezen de ouders een school voor voortgezet onderwijs. Zijn de kinderen aangemeld, dan nodigen wij de scholen voor het voortgezet onderwijs uit om de kinderen door te spreken. Een beknopt onderwijskundig rapport is dan inmiddels opgestuurd. In een begeleidende brief nodigen wij bovendien vertegenwoordigers van de scholen voor voortgezet onderwijs uit voor een leerlingenbespreking. In dat gesprek verstrekken wij alle relevante informatie, inclusief het resultaat van de Cito-eindtoets. Wij ervaren deze wijze van overdracht al vele jaren als prettig en zeer zinvol Wanneer de kinderen in het voortgezet onderwijs zitten, volgen wij ze. De scholen voor voortgezet onderwijs sturen de resultaten van de kinderen gedurende de eerste twee leerjaren elk kwartaal naar ons op. Tijdens het gesprek over de nieuwe leerlingen wordt ook vaak over de schoolverlaters van een schooljaar eerder gesproken. 

Overgang tussen De Swoaistee en het voortgezet onderwijs 
De overgang naar het voortgezet onderwijs wordt door kinderen van De Swoaistee niet als lastig ervaren. Ze hebben bij ons geleerd om zelfstandig te werken, om zelf beslissingen te nemen en (positief) kritisch in de wereld te staan. Met een goed gevulde tas met studiegereedschap verlaten ze onze school en het blijkt dat 'plannen', zelfstandig kunnen werken en kritisch zijn in het vervolgonderwijs van groter belang is dan het 'uitsluitend' beschikken over veel parate kennis. In het algemeen gaan onze kinderen gemotiveerd en enthousiast van start. Goede begeleiding en betrokkenheid van mentor en ouders bevorderen natuurlijk een goede overgang naar het voortgezet onderwijs. Wij van onze kant stellen bezoekjes van oud-leerlingen in de stamgroep en tijdens weeksluitingen en andere evenementen erg op prijs.

Leefstijl 
Naast de cognitieve vaardigheden vinden we op de Swoaistee de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen van groot belang. Kinderen moeten in een veilige leeromgeving kunnen functioneren. Op de Swoaistee wordt veel in preventieve zin aan het pedagogisch klimaat gedaan. We zijn een school die met 'Leefstijl' werkt. Dit is een 'methode' die kinderen de ruimte geeft zich te uiten, over de gevoelens van henzelf en anderen te praten en die kinderen wijst op het waarden- en normenverhaal. Hoewel pestgedrag natuurlijk nooit volledig uitgebannen kan worden, kan dit door de leefstijlwerkwijze voor een groot deel voorkomen worden. 

Organisatie van specifieke zorg voor kinderen met specifieke behoeften 
Op De Swoaistee hebben we zorg voor ieder kind. Toch zijn er kinderen die specifieke hulp nodig hebben. Het onderwijsleerproces verloopt dan stroef; er is een onderwijsleerprobleem. Vaak wil de groepsleider dan ondersteuning hebben bij het zoeken naar een betere aanpak voor dit kind, zodat de leerling in de stamgroep weer verder geholpen kan worden. De intern begeleider (de IB-er) coördineert deze zorg. De organisatie van de specifieke zorg van de school staat beschreven in het zorgdocument van De Swoaistee. 

De procedure die gevolgd wordt indien er specifieke zorg nodig is 
Wanneer een groepsleerkracht problemen constateert, wordt dit eerst besproken in het bouwoverleg. Bij dit overleg zit ook altijd de zorgcoördinator. Wanneer er in dit overleg geen bevredigende oplossing gevonden is, wordt het kind besproken met de intern begeleider. Samen wordt er dan een plan gemaakt om het kind verder te helpen en te begeleiden. Wanneer ook dit niet voldoende blijkt wordt besloten om verder onderzoek te doen en of het ABCG (Advies- en Begeleidingsdienst Groningen) in te schakelen voor een psychologisch-didactisch onderzoek. Ook kan besloten worden andere hulp van buiten de school in te schakelen. Natuurlijk worden ouders ook zo snel mogelijk op de hoogte gebracht over de onderwijsproblemen van hun kind. Voordat kinderen onderzocht worden door de schoolpsycholoog of door een andere instantie moeten ouders toestemming verlenen, anders kan een kind niet onderzocht worden. Ouders hebben het recht om de gegevens van het onderzoek in te zien.

Dyslexieverklaring 
Op De Swoaistee is een passende zorgstructuur aanwezig om kinderen op allerlei gebied te volgen en te ondersteunen. Voor lezen gebruikt de school o.a. het Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Vanaf de kleuterperiode worden kinderen met een mogelijk leesprobleem volgens het dyslexieprotocol in kaart gebracht. Daaruit voortvloeiend wordt de nodige zorg geboden, zowel binnen als buiten de groep. Mocht na de start van het echte lezen de extra begeleiding niet helpen, dan wordt in overleg met de ouders op termijn de begeleidingsdienst van het ABCG ingeschakeld, om verder onderzoek te doen en zonodig een dyslexieverklaring af te geven.

Zorgplatforms 
Onze school maakt deel uit van het samenwerkings- verband 'Weer Samen Naar School' en heeft in dat kader regelmatig contacten met andere basisscholen en een school voor speciaal onderwijs om elkaar weder- zijds te ondersteunen in de begeleiding van extra zorg behoevende leerlingen in het basisonderwijs en over het mogelijk terugplaatsen van kinderen uit het speciaal onderwijs naar het regulier basisonderwijs. Tussen de collega's van de scholen is in een zorgplatform overleg en uitwisseling van kennis en informatie. Daarnaast zijn er contacten met het ABCG in het kader van de zorg voor kinderen, de zogenaamde leerlingbegeleiding. Naast het zorgplatform neemt De Swoaistee deel aan het ZAT, het Zorg Advies Team. Via de verpleegkundige kan een leerling ingebracht worden. Het zorgteam is wijkgebonden. In het zorgteam zit de GGD, politie (indien nodig), MJD, thuiszorg, jeugdzorg, leerplicht en een vertegenwoordiger van de school. 
 
Jeugdgezondheidszorg van de GGD op de basisschool 
Vanaf de basisschoolleeftijd krijgen kinderen en hun ouders te maken met de Jeugdgezondheidszorg van de GGD Groningen. De GGD Groningen zet zich actief in voor het behoud en voor de verbetering van de gezondheid van de bevolking in de provincie Groningen. De jeugd is een belangrijke doelgroep waar de GGD zich op richt.
De afgelopen jaren heeft de GGD Groningen een nieuwe werkwijze ontwikkeld als gevolg van een landelijke wetswijziging. Met ingang van het schooljaar 2005- 2006 wordt deze werkwijze in de hele provincie Groningen uitgevoerd.

Groep 2 
De GGD onderzoekt of de kinderen in groep 2 goed kunnen zien en horen. Daarnaast worden de kinderen gewogen en gemeten. In een aantal Groningse gemeenten onderzoekt de GGD kinderen op spraak- en taalontwikkeling. U krijgt een uitnodiging om bij dit onderzoek aanwezig te zijn. Als blijkt dat er iets niet goed is of wanneer u nog vragen houdt, dan kunt u worden doorverwezen of een vervolggesprek hebben.

Groep 6 
De GGD meet en weegt de kinderen in groep 6. Ouders van de kinderen in groep 6 krijgen van tevoren een vragenlijst met vragen over de gezondheid van hun kind. Met de leerkracht wordt besproken of er kinderen zijn waar extra aandacht aan moet worden besteed. Ouders kunnen aangeven of ze prijs stellen op een gesprek/onderzoek met de arts of verpleegkundige. Mogelijk worden ouders door de GGD uitgenodigd voor een gesprek met de arts of verpleegkundige. Na afloop van de gezondheidsperiode Uit de onderzoeken en vragenlijsten wordt allerlei informatie gehaald. Deze informatie bespreekt de verpleegkundige van de GGD met de school. Er kunnen thema's uitkomen die het komend jaar en/ of de jaren daarna extra aandacht verdienen. Bijvoorbeeld voeding en bewegen, gebitsverzorging, pesten of roken in de bovenbouw. De GGD beschikt over veel (les)materialen die de school hierbij kan gebruiken. Ouders worden over al deze activiteiten geïnformeerd via het journaal.

Informatie 
Ouders, leerkrachten en leerlingen krijgen regelmatig schriftelijke informatie van de GGD over zeer uiteenlopende onderwerpen op het gebied van gezondheid. Schoolkrantartikelen, folders of brochures worden via alle scholen verspreid. Neem ook eens een kijkje op www.ggdgroningen.nl. of www. gezondheid.groningen.nl Hier kunt u verschillende folders downloaden, zoals een folder over bedplassen of slaapproblemen. Voor meer informatie kunt u bellen naar de GGD, telefoon: 3674000. Hanzeplein 120 Groningen. 

De voorzieningen 
Op De Swoaistee kunnen de IB-er en ambulant begeleidster een aantal onderzoeken uitvoeren. Dit zijn geen grote onderzoeken. Voor grote onderzoeken wordt het ABCG ingeschakeld. Deze schoolbegeleidings- dienst heeft psychologen en orthopedagogen in dienst. De IB-er onderhoudt regelmatige contacten met de schoolpsycholoog van het ABCG. Op basis van deze onderzoeken en observaties wordt al dan niet een handelingsplan opgesteld. Dit is een document waarin wordt vastgelegd hoe er met dat kind de komende periode gewerkt gaat worden. We proberen zoveel mogelijk binnen de stamgroep te werken aan het handelingsplan. Het kind krijgt speciale opdrachten in de stamgroep. Soms is dat niet voldoende, of is de problematiek van dien aard dat er buiten de stamgroep gewerkt moet worden. Dan vindt er remedial-teaching plaats. Voor al deze specifieke hulp hebben we op school een behoorlijke 'know-how' opgebouwd. Niet alleen is er veel kennis, maar ook hebben we veel materiaal; we beschikken bijvoorbeeld over een uitgebreide en actuele 'orthotheek'. 

Verwijzing van kinderen met speciale zorgbehoeften 
Soms kunnen we een kind met zeer specifieke zorgbehoeften niet verder helpen op De Swoaistee. Nadat we op een aantal manieren hebben geprobeerd om het kind te helpen, de groepsleiding hebben ondersteund, blijkt soms dat geen van deze manieren aanslaat bij het kind. Op die momenten komen we soms met het advies om het kind te verwijzen naar het speciaal onderwijs. Dit gebeurt alleen indien er op De Swoaistee geen goede vooruitzichten meer zijn voor dat kind. Aanmelding bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (de P.C.L.) vindt dan plaats. Deze commissie bekijkt de pogingen die door onze school zijn gedaan om de problemen op te lossen. Aan de hand van deze stukken wordt bepaald of het kind inderdaad wordt verwezen naar het speciaal onderwijs. De ouders spelen in deze procedure een belangrijke rol. Regelmatig wordt met hen overlegd en om toestemming gevraagd

Leerlinggebonden financiering (De Rugzak) 
Invoering regeling leerlinggebonden financiering (LGF) Invoering van de leerlinggebonden financiering heeft met ingang van 26-11-2002 tot wijziging in de Wet Primair Onderwijs geleid. De basisscholen zijn vanaf 1 augustus 2003 verplicht leerlingen met een handicap op school toe te laten. Het beleid, de wijze van zorg voor deze leerling, is mede bepalend voor de toelating van deze leerling. De Swoaistee wil hiermee bereiken, dat de keuzevrijheid van ouders met een kind met een handicap wordt vergroot. Om dit mogelijk te maken heeft de overheid bovenstaande regeling ontworpen: 'leerlinggebonden financiering' (de Rugzak). In deze Rugzak zitten middelen (in de vorm van tijd en geld) waarmee het mogelijk wordt dat een leerling het onderwijs op een gewone basisschool kan volgen. Ouders vragen zelf een rugzak aan. Plaatsing van een leerling met een handicap De Swoaistee streeft ernaar een sfeer te scheppen waarin ieder kind zich geaccepteerd en veilig voelt, ongeacht zijn uiterlijk, taal, culturele achtergrond, handicap, enz. De verschillen tussen kinderen vormen juist het uitgangspunt van ons onderwijs (Jenaplan). Dat wil zeggen dat wij niet alleen rekening houden met het feit dat kinderen van elkaar verschillen, maar dat we uitgaan van deze verschillen. Ons onderwijs maakt gebruik van deze verscheidenheid. Wij doen ons best om kinderen ervan te overtuigen dat iedereen anders en uniek is en daarmee andere kwaliteiten heeft. Op deze manier hebben wij zorg voor elkaar. Op De Swoaistee is in principe plaats voor kinderen met een handicap en de mogelijkheid om deze kinderen onderwijs op maat te bieden. Wij hebben in het verleden al ervaring opgebouwd in het geven van onderwijs aan leerlingen met een handicap. 

Positieve beschikking 
Als kinderen een positieve beschikking van de Commissie voor Indicatiestelling (CvI) hebben gekregen, streeft De Swoaistee ernaar het kind aan te nemen. Wij willen samen met ouders en leerkrachten voor het kind met een handicap een speciale weg uitstippelen. Het onderwijs vindt zoveel mogelijk plaats in de groep, maar natuurlijk ook daarbuiten in de vorm van remedial teaching, lichamelijk zorg, ambulante begeleiding vanuit het Regionale Expertisecentrum. 

Er zijn grenzen aan de plaatsing 
• Verstoring van rust en veiligheid 
Indien een leerling ernstige gedragsproblemen heeft, waardoor de rust en veiligheid in de stamgroep dusdanig verstoord wordt en er sprake is dat er geen goed onderwijs meer geboden kan worden aan de leerlingen van de groep en aan het desbetreffende kind met een handicap, dan is toelating niet te overwegen
• Interferentie tussen verzorging / behandeling en het onderwijs Indien een leerling met een handicap een zodanige verzorging/behandeling nodig heeft, waardoor noch de zorg en behandeling, noch het onderwijs voldoende tot zijn recht kan komen, kan de vraag gesteld worden of de geïntegreerde setting wel zinvol is. Ondanks de extra faciliteiten voor de school en de ambulante begeleiding vanuit het REC. 
• Verstoring van het leerproces door de andere kinderen Indien een leerling met een handicap zodanig beslag legt op de tijd en aandacht van de leerkracht dat daardoor onvoldoende tijd, onderwijs en aandacht voor de overige leerlingen en zorgleerlingen in de groep is, kan een leerling niet geplaatst worden. Als ouders zich in bovenstaande niet kunnen vinden, kunnen ze een beroep doen op de Adviescommissie Toelating en Begeleiding voor bemiddeling.

Resumerend 
Intergratie op De Swoaistee is zeker mogelijk, maar de school bepaalt voor elke individuele leerling of dat mogelijk is.

Procedure 
Indien een leerling met een handicap op De Swoaistee wordt aangemeld dan volgen wij onderstaande procedure: 
1. Aanmelding 
 • Gesprek met de ouders 
 • Toelichting op de visie van de school 
 • Toelichting op de procedure 
 • Schriftelijke toestemming van ouders om informatie van derden op te vragen